Oost – West - Thuis best
Er was eens een meisje met lange slierten blond haar, dat in 2 dikke vlechten vanaf haar rond hoofd uit staken. ( Ze had soort stro als haar zo stug was het… )
Op een dag liep dat meisje, nee, niet het bos om de hoek bij haar huis in, maar de Grote Onbekende Wereld in.
De eerste grote stad gearriveerd liep ze recht tegen een winkel aan, waar de vlijtige en ijverige personeelsleden pistolen en messen aan de man of de aangewezen vrouw probeerden te brengen. Het jonge ding keek haar neus achteraan, recht door de etalage heen, die volgehangen was met borden met allerlei opschriften, die de eromheen gedrapeerde waren aanprezen en beschreven: zo stond er b.v. : ‘Freie Waffen fuer Freizeit , Sport und Selbstschutz”. De kleine erbuiten voor het raam voelde zich heel prettig daar, wat ondeugend zelfs en luisterde bijna ademloos naar de gesprekken om haar heen. Flarden van koopsuggesties en overwegingen voor de ene of andere metalen of houten handgreep ving ze op. Met haar in haar oog gemonteerde spionage - camera maakte ze wat opnames van het geheel… want… ze hield van sluitende gehelen.
Op een donkere vroege ochtend in dezelfde streek, maar deze keer ergens op het plattere land, dat wil zeggen liggend in een knus warm bed in een kleinstadje, bedolven onder wolkenkrabber - hoog opgestapelde, veerlichte en toch compacte dekbedden maakte haar een knarsend geluid wakker. Wat was het toch voor een geluid… Haar eigen knarsetanden dan ?
Ze draaide zich om in haar nestje en dacht: “ach laat ook maar zitten ook - dat willen – weten – wat, ook, altijd…. ?! “ en viel in de slaap terug die ze had onderbroken. Daar in haar slaap zag ze een land namens Duitsland, in de winter na een nacht van vers gevallen sneeuw: om 6 uur s’ochtends, nog voordat de hanen zouden krieken, stel het was zomer, verzamelen zich wat eenzame gestalten voor een rondje “Schneeschippen vom Bürgersteig, des guten Bürgers Pflicht,” dus….. Ze zag zelfs grote “Schneeschieber” op zich afkomen, die precies 1 m voor haar bed stopten. Net op tijd dus… Dat was wel even schrikken.
Op eens was het bed verworden tot een trein… waarin zijzelf als passagier – ingeklemd - maar niet beklemmend - zat. Ze vond zichzelf terug tussen grote koffers, die als zitmeubel ingenomen was door de vader en dochter van een gezin, onderweg naar een andere grote stad met luchthaven, richting Verweggistan, waar de moeder van het gezin vandaan kwam, en een grote hond met een tandenloze, de onderkin over de bovenkaak houdend heertje aan de lijn, die steeds beduidend lang afwachtte om de eerste terug te trekken als die eten probeerde te scoren van medepassagiers. De trein reed tussen verschillende landen heen wen weer en rond de tijd dat de landsgrens overschreden was riep de moeder volverbazing uit of ze al in het buurland waren beland. Prompt werd zij door haar kinderen op de , oh, zo grote verschillen in raamhoogte en grote van huizen gewezen. De moeder zag het niet, maar ze kwam ook oorsprokelijke uit Verweggistaan, en daar is toch alles heel anders… dacht het meisje stilletjes bij zich.De vader treiterde ondertussen de dochter ermee dat ze wel als illegale door de marechaussee opgepakt ging worden, een verdacht persoon was. Een knuffel volgde. Dochterlief hing tegen de lange Noorderling aan.
In een stoptrein beluisterde het meisje een gesprek tussen 2 zwart gehuide jonge tiener-meiden, over dat de enen herhaaldelijk op taalfouten werd gewezen… Zeg ik horloge aandoen, zegt hij omdoen… he.” “Ja, noemt hij mij allochtoon.. ja gewoon Nederlands allochtoon, toch. Is niet erg,, toch… is gewoon gewoon toch… Ik vind het niet fijn, hoor. Ze kijkt naar buiten, de mistige flarden strijken langs de ramen en voegt nog toe: ‘Later, ga ik hele jaar sparen, en breng ik de hele winter in Verweggistaan en Warmistaan door… ‘
Het meisje van ons verhaal vroeg zich af waar dat land ligt. Ze was betrokken geraakt en voelde zich ook al een beetje van huidstint veranderd en op de een of andere manier net zo anders… Het belangrijkste wat er in haar mooi koppie gebeurde was : Verbazing, over al die termen die ze had beluisterd. Het kraakte in haar hoofd en er schenen eerst wat radertjes wat traag te draaien, maar uiteindelijk kwam er een volledige gedachten uitrollen: meer een vraag eigenlijk: of mensen dus in deze Grote Wereld toch maar liever niet voorgoed naar vreemde gewesten vertrekken om daar een grens–gebied te ontginnen… ? Dan kreeg je ook niet al die narigheid van bezoedelde mengtalen, noorderlingen met spleetoogjes of witten met kroeshaar. Ze had ook wel eens iemand horen zeggen, dat te lange granen moeilijkheden kregen bij het boven het maaiveld uitsteken. Raar vond ze dat, welke moeilijkheden dan wel niet? Als ze toch nu eenmaal voor vergezichten geboren zijn en van de licht en de lucht daarboven toch zo houden. Waarom lieten de anderen de lange granenstengels niet gewoon lekker uitwaaien daarboven? Maar überhaupt, onkruid bleef je toch tussen de maiskolven, ook als tarwegraan stengel. Op de verkeerde plaats, misplaatsts , dus on-kruid.
Oh, h, wat voor moeilijke gedachten had dat meisje toch, ze kreeg er al bijna zelf een zwaar hoofd van. Ze kon maar beter ophouden, anders viel die er nog vanaf…En helemaal zonder hoofd was het ook niets , kon ze niet meer meeluisteren , en meekijken met anderen, met vreemden … haar allerliefste bezigheid …
En überhaupt, nu had ze wel zin in actie, na al dat gedenk en getobber… Wie en wat zal ze nog tegenkomen ? Ze was wel even genoeg tegengekomen… De grote wereld was toch wel heel groot en er gebeurde zoveel , zodat ze haar ogen had uitgekeken.
Nee genoeg gewikt en gewogen, ze ging gewoon naar huis. Bijslapen en goed eten… Want wat de wereld zoal kookte was ook niet veel soeps …En ze hield toch ook zo van haar moeders erwtensoep… Snel, vlug de snelste route naar haar ouderlijk huis…
En thuis leefden ze nog lang en gelukkig verder … Oost –West - thuis best…